i66
melk. Het bloed klotste uit z’n bek. De pooten rukten in doodsstuip. De oogen waren half open. Enkel wit. Enkel wit.
Niemand sprak.
Het dier bleef een, twee minuten met de pooten trekken. Langzaam werd het minder, waren er nog alleen korte huiveringen. Onder z’n kop begon het loome bloed te stollen. De kruitdamp hing laag bij den grond. „Kom nou mee.”
Hij drong haar de keuken uit.
In den leunstoel ging ze achterover liggen, de oogen dicht, zei alleen maar, ijzig-strak: ... „Nou zal-die niet meer huilen.”
„Wasch je hand kind," zei Dirk: „er is een bloed-spat op.”
Ze dee de oogen wijd-open, keek naar het purper-vinnig spetje, keek er lang naar, zei bevend :.. . „O, ik kan geen bloed zien,” en viel flauw.