Kleine verschrikkingen

Auteur
Herman Heijermans

Geschreven onder pseudoniem
Samuel Falkland

Titel
Kleine verschrikkingen

Jaar
1904

Pagina's
245



DE TWEEDE KLEINE VERSCHRIKKING.    169

hand van knokels en vel scheen vleezig te worden, ’s Middags zwol ook de arm.

Toen zee Jannie: Moeke gaat dood en Suus: ze gaat dood van ouwerdom en juffrouw Klos die in lang niet zoo helder geweest was zee: Göd wil ’t. Driemaal dien dag kwamen ze boven met apartjes, boterhammen met appelstroop — gebakken aarpeltjes — tegen den avond ’n botje en alles at groomoe, zélfs de graatjes van ’t botje kloof ze met de vreemd-dikke hand — en ze knorde. Een juffrouw in den winkel vroeg dien avond of ze den meester niet lieten halen as ’t tóch tegen het einde liep, maar Jannie die ’r hielp an zwart veterband zei rustigjes: ’t Is de ouwerdom en de ouwerdom ken je niet keeren. As je vier en tachentig bin, mot je wel dood.

Den volgenden dag leefde ze nog, kon de waterig-zware hand niet bewegeD, lei ze voortdurend op een zij zonder verroeren, ’s Morgens bracht juffrouw Klos ’n kop koffie met een opgewarmden pannekoek met stroop. Stroop was goed voor zieken, ’s Middags om twaalf bracht ze weer koffie met suiker. Daar was moeke altijd dol op geweest — tegen twee ging ze nog is na boven met ’n bordje soep om ’n dood mensch levend te maken, soep van ’n héél ons kalfspoulet, erg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.