KINDEREN DER ZORG. 147
Een mes dat aan twéé kanten snijdt, ’s Winters brandstoffen, petroleum, suikerwerk — ’s-zomers verkoop van véél roomijs. De vrouw ziek. Het mes houdt op te snijden. De koopsom is niet genoemd, maar omdat we midden in den winter leven, en de oproep geplaatst wordt in den bésten .tijd van ’t zaakje, durf je vermoeden, dat wanneer de zieke vrouw zich uit haar handeltje van brandstoffen, petroleum, suikerwerk, roomijs, terug heeft getrokken, de groote stad geen g e 1 u k k i g mensch rijker geworden is. Wie zal de nieuwe eigenaar worden van *t doodgejakkerd nerinkje? Wie zal er duiten en twee-en-half-cents-stukken tellen ? En op ’n slonsje papier de schuld van ’n kan petroleum of wat lichte turven aanteekenen?
Vlak er naast, in ’t pijnlijk gekrioel van kleine gebeurtenisjes, de veerkrachtigheid eener levende negotie.
Gevraagd: Tanden, gebroken of onbruikbare Kunstgebitten, worden ingekocht. Br. fr. ltr. N.N. bur. van dit blad.
Tanden gevraagd. Gebroken of onbruikbare kunstgebitten. Er zijn lieden, die ’t eerst uitgevallen melktandje van ’n zoon of dochter in goud laten vatten, en eene zulke herinnering, als ’n lief ding, aan den horlogeketting dragen. Er zijn ’r — ’k wist ’t tot heden niet — die ’n losgeraakten tand van grootvader, vader, moeder, zoon of dochter, mits gaaf, voor ’n dubbeltje of zoo versjaggeren. De samenstelling van ’n valsch gebit, krijgt op die wijze een
bizarren oorsprong Als mijn uur slaat, om *r
ook een te moeten hebben, zal ’k de heugenis aan de kleine advertentie houden, die in de volksbuurten niet onopgemerkt kan blijven. Misschien is ’n tand wel eens ’n uitkomst.