ZUSTERS. 135
«Welnee” ...
Lize zoende haar, ging het huis in.
Op haar kamer gekomen, bleef ze wat drentelen voor het raam, keek door een kier van de neerhangende jaloezie en zag ze.
Toen wierp zij haar parasol en haar handschoenen op 't bed, zakte er stil bij neer en begon te huilen.
Beneden klonken de stemmen.
Op haar knieën liggend, de vuist ballend, snikte ze schor, hard-op, heesch ...
„ ... Wasje maar dood gegaan ... Jij ! ... Jij !* ...