TWEEDE BEDRIJF, TWAALFDE TOONEEL 83
. . . .Nou? . . . Nou? .... Had ’k 't recht 't te weten ?. . . . Nou ?
M a t h ij s:
. . . .Mag ik 'r niet van mee-profiteeren?
S o n j a (die over Moeder*s schouder mee heeft gelezen ) :
. . . . 'n Brief van Plas, vadertje....
M a t h ij s:
Van Plas! .... (ontstemd) . . . Zag jij niet aan 't couvert, dat 't 'n brief voor mij was. . . . (hem uit Moeder’s handen wegnemend) . . . /n privé brief!____
Doort j e:
. . .Dat zag 'k eerst toen-ie eenmaal open was!.. . Maar spijt heb 'k 'r niet van.... 't Is schande, schande! Most je daarvoor onze laatste centen?.. .
Naphtalie:
. . . .Moeder!
Moeder:
Je hoeft je eigen moeder niet af te vallen, Naphtalie — ik vind geen woorden! (tot Sonja) Wist jij dat? (zij knikt luchtig) . . . .Over de vijfhonderd gulden met speculeeren verloren — met spe-culeeren.... En 'r mijn buiten gehouen....
Naphtalie:
Met speculeeren ? ... . Heeft u. . . .
M a t h ij s:
Ja, da's me eenige misdaad van de laatste kwarteeuw geweest — 'n domheid — ’k erken ’t. . . .
Moede r:
. . . Dat erkent-ie, goddank — nou hebben we