VIERDE BEDRIJF, TWEEDE TOONEEL 137
Substituut:
Jawel, jawel, dat weet ’k — maar.... Naphtalie (heftig):
. . . Maar? Maar? Mot 't nog langer duren?.... Denkt u dat moeder en ik één oogenblik hier zouen zijn, als ’r van brandstichting sprake, sprake zou kunnen zijn!....
Substituut:
Ik merk u op, jongmensch, dat zulke uitvallen absoluut onnoodig zijn.... 'k Geloof dat de familie van mijn goede gezindheid overtuigd is. . .
M a t h ij s:
Dat zijn we — en daar zijn we u dankbaar voor. Substituut:
.... Ik voor mij ben van m’n eersten twijfel volkomen genezen. Mijn indruk eergister — en dien heb 'k niet gecacheerd — was bijzonder ongunstig. De in beslag genomen koopmansboeken, de aanvraag om faillissement....
M a t h ij s:
. . . Zeg u maar hèt faillissement — de curator is vanmorgen door de Rechtbank aangesteld.....
Substituut:
Zoo? Toch?.... Nu ’t een en 't ander samen — èn de dood door verstikking....
Doortje (snikkend) :
. . . Praat daar toch niet langer over! Mot ’k dat telkens hooren!
Substituut:
Als u zich liever verwijderen wil?