De opgaande zon

Titel
De opgaande zon

Jaar
1908

Druk
1932

Overig
4ed

Pagina's
176



VIERDE BEDRIJF, TWEEDE TOONEEL    137

Substituut:

Jawel, jawel, dat weet ’k — maar.... Naphtalie (heftig):

. . . Maar? Maar? Mot 't nog langer duren?.... Denkt u dat moeder en ik één oogenblik hier zouen zijn, als ’r van brandstichting sprake, sprake zou kunnen zijn!....

Substituut:

Ik merk u op, jongmensch, dat zulke uitvallen absoluut onnoodig zijn.... 'k Geloof dat de familie van mijn goede gezindheid overtuigd is. .    .

M a t h ij s:

Dat zijn we — en daar zijn we u dankbaar voor. Substituut:

.... Ik voor mij ben van m’n eersten twijfel volkomen genezen. Mijn indruk eergister — en dien heb 'k niet gecacheerd — was bijzonder ongunstig. De in beslag genomen koopmansboeken, de aanvraag om faillissement....

M a t h ij s:

. . . Zeg u maar hèt faillissement — de curator is vanmorgen door de Rechtbank aangesteld.....

Substituut:

Zoo? Toch?.... Nu ’t een en 't ander samen — èn de dood door verstikking....

Doortje (snikkend) :

. . . Praat daar toch niet langer over! Mot ’k dat telkens hooren!

Substituut:

Als u zich liever verwijderen wil?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.