122 DERDE BEDRIJF, ACHTSTE TOONEEL
(trekt kurk) . . . Nou? .... Lapt dat 'n fles-schentrckkende kiezentrekker beter ?
M a t h ij s:
Tof feitjes, Son. ... Al me teenen zitten over me-kander in de neuzen van mevrouw Stuif, hahaha! (zit bij kachel) . . . Menschen, menschen, ik bekom — heb bij hem 'n soepie gegeten, 'n soepie.... D’r zat van alles in, hahaha.... (tot Son, die voor *m gebukt zn tof fels aangeeft) ... . Dank je, m'n kind! (neemt haar hoofd in de handen, kust haar — zacht-verschrikt) . . . Heb jij — heb je gehuild? ... Je oogen staan zoo. . . .
Son j a:
... Ik, malle vader! .... D’s de rook van je eeuwige pijp!
Moeder (pons slurpend) :
. . . Nou ontbreekt nog een ding voor de huiselijkheid, Thijs .....(glimlacherig-onwezenlijk )
.... Wat meer licht.... In de winkel heb 'k ze met schoonmaken allemaal — allemaal stuk gemaakt — die daar — die eene leeft nog — leeft nog — allemachtig wat is die pons heet — brandt je lippen an blaren, hahaha! . (een stilte).
. . . Wat kijken jullie?.... D'r is toch niks an me te zien.... Wat?.... Wat?....
M a t h ij s:
. . . Nee, daar zijn we, zoo als we hier zitten, onze tongen bij kwijt. . . Heb je dat gehoord,
Son?.... Heb jij 't gehoord, Stuif? . . Zij wil meer licht.... Als 't nou niet in Keulen dondert, dondert 't 'r nooit....