DERDE BEDRIJF, VIERDE TOONEEL 113
J e n s e n:
.... Onder voorbehoud....
S o n j a:
. . . .Overneemt — wat dan verder — met ons? Jensen:
. . . Wanneer 't deficit niet te groot is — en zoo buitengewoon kan dat in deze kleine zaak niet zijn — kwestie van berekening door mijn boekhouders — zou ik niet ongeneigd zijn uw vader als chef van de een of andere afdeeling, zonder bijzondere verantwoordelijkheid — want 'n koopman is-ie allerminst — aan te stellen — en 't deficit in maandelijksche afbetalingen op z'n salaris te korten. ... En ook u. . . . In de branche van de handige verkoopsters in de heeren-afdeeling bijvoorbeeld — kunnen we altijd dames met mooie oogjes en 'n knap gezichtje gebruiken. Dat bevordert de afzet.
S o n j a:
Dus vader bediende, ik winkeljuffrouw. . . . Jensen:
Als u 'r die minder correcte namen aan geven wil — ja.
Son j a:
Dus vadertje binnen ’n maand afhankelijk?. . . . Jensen:
.... Of insolvent. De keus is voor domineetje niet moeilijk. Hoor ik vóór morgenmiddag twaalf uur niets van u — is uw vader zich niet bij mij wezen aanmelden vóór twaalf klokslag, dan onderhandel ik verder met — met den curator. . . .