DERDE BEDRIJF, VIERDE TOONEEL 105
S o n j a:
... Ja, ja — dat kan wel — daar houden wij geen aanteekening van. (stilte. Moeders stem uit rechtsch kamer: ,,Sonja! SonV’. . . .) ... Ex
cuseer een oogenblik. (af. Hij kijkt scherp naar schrijfbureau, doet een stap, houdt zich in. Zij keert terug) ... . Permitteert u ? .... Moeder heeft maagkramp, 'r ouwe kwaal — we dachten vroeger dat 't galsteen was — (bij buffetkastje) . ..Waar staat de brandewijn — waar staat de suiker? .... Ah! .... Twee seconden! .... (af. Hij stapt opnieuw, voorzichtig den hals rekkend — zij opent plotseling de deur) . . . .Wat ben ik toch onbeleefd! Neem een stoel, meneer! (hij zet zich aan de middentafel, kijkt omhoog naar ’t geluid van het harmonium. Zij keert terug) . . . .Ziezoo. Dat zal 'r opknappen.....
Jensen:
.... Brandewijn is heel slecht voor maaglijders — heel slecht....
S o n j a:
.... Dat zegt de dokter ook — maar ’t is 't eenige dat 'r helpt, als ze pijn heeft....
J e n se n:
. . . Is uw papa. . . .
Son ja:
.... Zeg u maar vader — nee domineetje is — is ergens op bezoek. . . .
Jensen (bij het ophouden van het harmonium): Domineetje? O, ja! O, ja! ... . Ik meende dat hij aan 't spelen was. . . .
S o n j a:
....Nee — da's Margo — 'n vriendinnetje van ons.