huishouding, we hebben het er nooit over gehad, ik dacht dat alles zo goed was ! Hij heeft plotseling een vinnige blik achter de brilleglazen met het gouden montuur, ik schrik ervan. Daar is in zijn ogen niets meer van binding. En omdat ik moe ben, ook omdat dit kille me overvalt in de donzen droom van mijn eigen gedachten, begin ik te huilen. Hiervan schrikt hij, het is alsof hij bijkomt, terugkomt. Hij staat op, komt bij mij liggen, ik keer me om, van hem af, hij keert mij om, hij grijpt mijn borsten, gulzig zoekt hij mijn mond, hij rukt mijn benen uit elkaar, met harde handen. Hij bezit mij.