moet rechtlijnig blijven, vanwege de voorschriften. Neem je stiekum een ander, dan krijg je schuldgevoelens die opgedrongen zijn, door de Maker van die voorschriften, waarvan sommigen zo ver gaan om te beweren, dat dit god is. Neem je geen ander, dan hort je verder in je zaken, in je politiek, in je sport, het geslachtsdeel krimpt weg als een verdroogde tulp. Dan komt de periode van zelfbedrog, een beetje droevig erken je, dat je toch een nette vent bent gebleven, toch maar weer keurig naar huis gaat, aan de dis met het dagelijks brood gaat zitten, dat je zelf bijeengegaard hebt tot groei en bloei van het gezin, dat wijdomvattende fatsoens-begrip. Dat je weer keurig naar bed gaat, in je eigen deel van het vroomendreesmancomplet. Soms ga je stiekem naar de Walletjes, je kiest een meid, deukt je portefeuille uit, zowel het vrijen als het betalen geeft schuldgevoelens, want thuis is je vrouw, de rechthebbende op je lijf en je geld. Je kunt nu weer een tijdje vooruit, een hoer is makkelijk, je kunt komen en gaan wanneer je wilt. Ze zeurt niet om je hart wat al wat versleten is, wel zeurt ze om centen, dat is altijd te regelen. Als je geen centen hebt ga je niet. Het is allemaal wat kort, wat benauwend, wat erg zakelijk. Maar je wilde wat anders. Een ander levend, ademend wijf, met nieuwere borsten en een andere vagina. Dan, aan je disch-met-het-dagelijkse brood, zit je tegenover je vrouw met de gedachte: wat ben ik een rotvent. Als ik zo tegenover Marie zit, denk ik, wat bezielt me af en toe. Ik ben een nor-