nanning: Ach kom! Praat geen malligheid! Al watje vertelt, je heele doen, je zenuwachtigheid, je opgewondenheid zeggen ’t zoo zeker als tweemaal twee vier, datje den hemel op je schattige knietjes dankt, dat ik de eerste ben. ... miep: (zich niet langer bedwingend) . . . .O, Nan, wat heb je ’n leelijk karakter. ... O, Nan, hoe kon je *t doen, terwijl ik zoo krankzinnig met je was. ... (zij snikt uit met het hoofd op de schrijftafel. Nanning blijft rustig zijn cigaret op de bank rooken. Een stilte. Boven valt de,spreuk „ Waar liefde woont, gebiedt den Heer zijn Zegen” af. Eef in den razenden angst voor het geluid van een muisy geeft een gil en springt bij intuïtie op den stoel) nanning: (schrikkend) . . . .Wat is dat?. . . . eef: (werpt met haar toffel naar de denkbeeldige richting, roept heesch:) . . . .Kischt! Sallemanders!
miep: (kijkt even verschrikt omhoog). . . . Da’s 5t ongeluk van m’n leven! (snikt voort)
nanning: ’t Ongeluk van je leven, misschien. Snikken en tranen zijn geen argumenten, Miepje. . . . (Eef luistert op-nieuw bij de opening) Ik ben niet bruut en onbeschoft, zooals jij ’t daar met gratie uitdrukte, van 5t vervloekte verjaarsdiner weggeloopen - ik heb eenvoudig gedaan wat ieder man met 5n grein opvoeding al voor weken zou hebben geforceerd. Jullie lieten je beleedigen en intimideeren - ik heb langzaam begrepen waarom - ik weigerde 5t formeel. Jij sprak on-waarheidjes - je moeder sprak onwaarheden. . . . miep: Laat m’n moeder ’r buiten!
nanning: Goed. Ik verlang de zaak niet tragischer te maken dan ze is. - ik ben heelemaal geen vriend van tragiek. . . . Laten we even voor we gestoord worden - in ’t bijzijn van je ouwe lui kan ik moeilijk over zekere intimiteiten met je uitpraten. ... - laten we spijkers met koppen slaan. . . . Jk Heb je - eerlijk gebiecht - eergisteren 5n reus van *n brief -
86