eef: Jessis, Jasper, begin nou geen flauwe kul. . . . jasper: Eeflief, nou we weer zoo knus bij mekaar zitten, kan ik ’t je wel zeggen: je moet nooit ’n schakel verbreken!. . . . Jij heb m’n dochter ’n dienst bewezen door ’n zekeren heer, waarvan jij bijzonder veel hield ’t huis uit te drijven, en die mannetjes- of vrouwtjesrat bewijst jou weer den dienst door je beminnelijk op ons attent te maken. . . . ’k Was juist van plan ’n advertentie te plaatsen: Eef, keer terug tot je diepbedroefde familie. . . .
eef: (in nadenken) . . . .Zijn ze na bed? (hij ontkent, wijst naar het presenteerblad) ... .Is - is - is die gemeene muzikant ’r vandoor? (hij knikt) Nou, wie het ’r gelijk? Hè’k niet den eersten dag gewaarschouwd, dat de buren ’r schande van spraken ? Die jongen, die kwajongen, had met permissie ’n smoel, da’k ’m daalijk doorhad. ’k Zou ’r me vuile vadoeken nog niet an op hebben gehangen! Ja, dat lachte ’n vrouw van mijn leeftijd over de schutting uit, dat peuterde ’n gat in de planken, om alles af te neuzen. . . . jasper: (met kalm gebaar omhoog) Hum! eef: Ik heb niet gepeuterd, en as ’k ’t wel heb gedaan: ’t is mijn huis.....
jasper: Excuseer. (De klok slaat tien) eef: Suscht! Hoor je dat?
jasper: Da’s de klok bij jou, krekel. . . . Kinderbedtijd. eef: (angstig) Die brief van vanmorgen, Jasper, van de huur, hoef-ie niet voor ernst op te nemen. ... Ik hou jullie graag as huurders. ... Je weet wel wie d’r uit je woning weggaat, maar je weet niet wie je d’r voor in de plaats krijgt. ... Je gooit pissebed weg en je krijgt kakkebed terug. . . . jasper: Ja, ja, en dan weet je nog niet, dat er van de pissebedden, de isopoda, meer dan achthonderd soorten bestaan. Ik heb is in m’n microscoop zoo’n isopoda bekeken, en ik ver-
109