Schakels
Elsje
U mag vóóral niet zeggen, dat ik hier ben geweest, opa. Want ze zijn zó uit hun humeur, zo vréselijk uit hun humeur.
Pancras
Nee toch! Hebben jullie gisteravond geen bruidsuikers gegeten?
Elsje Nee, opa, niet een.
Pancras
Hier heb je ’n gulden. Dan kan jij de klas trakteren.
Elsje
Dank u wel. Daar krijg u drie zoenen voor. Opa, weet u waar ik vannacht over heb liggen denken.
Pancras
Daar heb ik nou geen flauw idee van.
Elsje
Als u trouwt, moet ik tegen juffrouw Marianne oma zeggen - moet ik tegen uw kindertjes oom en tante zeggen -en dan zijn de kindertjes van die kindertjes neefjes en nichtjes van me, niet?
Pancras
(na een nadenkende stilte) Ja - als je ’t me niet kwalijk neemt, ik heb zo vér nog niet gerekend.
Elsje
Wat krijgt u liever, opa, een jongen of een meisje?
Pancras
Zou jij je boterhammen niet eten? Wat voor een boek heb je daar?
Elsje M’n Engels.
Pancras
(lezend) “Mijn broer slaapt nog. Ik geloof dat u te veel slaapt. Ik slaap gewoonlijk acht uur. Vroeger sliep ik langer”. Wat is dat?
Elsje
Moeten we in ’t Engels vertalen.
Pancras
(weer lezend) “Mijn moeder leest ’s avonds de bijbel. Wij lezen de bijbel aandachtig. De bijbel bevat schone spreuken en wenken”.
95