DAGERAAD
ELFDE TOONEEL ADAM RAKET
RAKET Nou grootvader....
ADAM (die den bijbel voor zich open geslagen heeft)
... .Wees stil. Je ziet ik lees,
'r Is godgeprezen eindelijk weer rust....
'k Heb het dien dag voorspeld — dat van óns werk.... Sta, jongen, stil — en stoor niet bij *t gebed.... RAKET (kijkt door 't raam, drentelt op de slaapstee toe, terwijl Adam bidt, trekt het gordijn wat opzij, knikt en lacht het kind toe. Voorzichtig neemt hij achter Adam's rug een soldaat van de tafel, houdt het Anneke spelend voor)
Ik durf niet harder praten, Anneke:
Want grootva zit hier naast de lamp en bidt.
Het zijn er vier dozijn en een te paard.
Maar als je ze kapot maakt, word ik kwaad____
(hij wil het kind den speelgoed-soldaat in de hand geven, wijkt angstig en stoot Adam aan)
ADAM
Schaam jij je niet?. ... Ik bid.
RAKET
.... Ze neemt het niet....
ADAM Ze slaapt.
RAKET
Ze kijkt me met 'r oogen aan,
En ziet me niet. ...
ADAM (buigt nu zelf verschrikt in de slaapstee, betast het lijfje)
. .. .Laat het gordijn maar los,
En hou je muts niet op je hoofd, Raket.
(Lukas treedt binnen) Ze is in stilte van ons weggegaan... .
RAKET (angstig)
Gegaan. . Waarheen?. . Ze kijkt ons toch nog aan. .
96