DAGERAAD
Want God hoort me getuigen: ’t komt er van! —
'k Ga liever met een vloek het water in,
Dan dat ik grienend bij m'n kindren zit —
Ik vraag je nóg eens hóé het er mee moet.... LUKAS (zacht)
Ik weet het niet — 'k wring in n rattenklem....
Nee, kijk me zóó niet aan — ik heb geen schuld,
Ik niet!.... Ik zag het lokaas en beet toe —
En mèt dat 'k greep, viel dicht de ijzren klep,
En in m’n lichaam snoerden pinnen saam Van het doorroest en knauwende gebit. .. .
Vraag je het dier, dat je gesprenkeld heb,
Of het gelukkig in zijn banden hijgt,
Vraag je een rat, die zich losscheuren wil,
Of hij de tralies voor zich zelf gesmeed.... ?
Ik heb met volle blijdschap ’t werk gebouwd,
Ik zong er bij, toen ik het worden zag,
'k Werd dronken, toen het groeide door mijn hand, Maar wat het werd voor jullie in het dorp,
Heb 'k niet voorzien, was een genadeslag....
WOLF Voor ons!
LUKAS
En ook voor mij!
REUS
. .. .Voor jou?
PIOEN
. .. .Voor hem! Werd jouw „genadeslag” niet zwaar betaald....? LUKAS
Pioen, ik wou de kracht der eeuwigheid,
Die zoo onpeilbaar, zoo ontembaar is,
Die d* aarde wentlen doet en het heelal Tot in het verste sterrenland regeert —
Ik wou die kracht, die 't water drukt en heft,
Ik wou die kracht voor onze zegekar
Doen gaan. En ’k gaf haar in één mensche-hand.
Ik wou haar brengen tot in iedre hut —
Ik mocht het niet. ’kBen niet de eigenaar. ...
WOLF
Jij hebt het toch bedacht....
92