HEIJERMANS
Zoo zeker ben ik dat het werk gelukt----
LANDHEER.
Noteer dat Andréas....
ANDREAS (met gebaar naar voorhoofd)
. . . .’t Staat er gegrift!
LANDHEER De lei, die daar door u beschreven wordt,
Mijn brave kameraad, wordt schoongespoeld —
Naar ‘k eerlijk vrees, op zeer gezetten tijd,
Door $en Sauternes en den bourgognewijnj Waarop als proever gij het toezicht hebt....
Noteer het weer, maar liever zwart op1 wit,
(De Lakei geeft gereedschap, Andréas schrijft op de draaibank)
,,'k Verkoop op heden aan mijn Vorst".... Nu dan! ANDREAS De letters hobblen op die ruwe bank....
LANDHEER Zijt ge zoo ver? Op heden aan mijn Vorst „Het werktuig, dat ik heb ontdekt. ...”
ANDREAS
Ontdekt----
LANDHEER „Ik sta Zijn Hoogheid alle rechten af,
„En krijg het loon van duizend rijders eerst,
„Wanneer 't den Vorst behaagt voldaan te zijn ”
(tot Lukas)
Als ge dat teekent, zijn we ’t samen eens, KLOOSTERBROEDER Ik waarschuw, Hoogheid....
LANDHEER (glimlachend)
. ... ’k Bind me nog tot niets. Ge zijt zoo heetgebakerd, broeder, als Een jonge koorknaap, die het licht ontsteekt,
Terwijl de zon nog aan den hemel brandt:
Ik bind me nog tot niets. Hij bindt zich wel.
(Adam, Gonda, Raket, Andréas en de Hopman buigen zich over de draaibank, terwijl Lukas lachend zijn handteeke-ning zet. Marjolein, van links, met Anneke in de armen, hoort de laatste
57