HEIJERMANS
Zijn stem hier niet meer hoor — dan is 't gedaan,
Dan nik ik met mijn beide handen af
Den helschen blinddoek, die mijn oogen houdt
In duisternis en 'k ga met saterlach
Over de struiken van den afgrond heen. .. .
Raket, sta op!.... Wat zie je door het raam?
En spreek niet met gebaren met elkaar. .. .
ADAM
Zou je nou niet.... Ik smeek het je. .. .
BLINDE MARJOLEIN
.... Raket,
Doe wat ik zeg!
RAKET (kijkt aarzelend naar Adam, die onbewogen blijft, sluipt op het raam toe)
.... Het lijkt of ’t avond wordt,
In plaats van morgen. Er hangt overal Zoo’n dikke, zwarte damp, dat je geen dal,
Geen bosch, geen hut, geen bergen onderscheidt,
De eene wolk ploft na de andre op —
De wind beukt ze kapot en smijt ze neer —
Ze dringen door met zoon verdraaide vaart,
Dat je niet ziet of 't wolken van benee,
Of echte wolken van den hemel zijn. . . .
De vogels vliegen, achternagezet
Door brokken roet en kluiten brandend hout____
Nou slaat een tweede klok, een derde ook. .. .
(angstig)
Mot je nog meer?
BLINDE MARJOLEIN (starend neerzittend)
Nee, dank je. 't Is genoeg,
ADAM
'k Heb in mijn jeugd een groot en brand gezien, Waarbij het halve dorp werd in de asch Gelegd — de kerk, de waag en 't poortershuis — Maar zooals nou en met dien Westenwind —
Dat loopt verkeerd.... (tot Marjolein)
Je hoeft niet bang te zijn:
Wij zitten veilig hier....
BLINDE MARJOLEIN
Wij....!.... En Lukas?.. .
107