HEIJERMANS
EERSTE TOONEEL
RAKET ADAM
RAKET (holt de leege kamer in, ziet de stukgesmeten ramen, aarzelt naar de voorste deur, roept opgewonden)
Doe open dan!.... Is niemand hier.... Ik ben 't, Raket!.... Grootvader Adam, slaap je nog?
Word wakker toch!.. Hé, daar!.. Hoor je me niet?., ADAM (boven aan de trap)
Hier ben ik al----
RAKET
. .. .Waar is Lukas?.... Ik stik,
Ik hijg m’n longen uit — 'k val er bij neer!
ADAM
Lukas was gister en vandaag niet thuis....
RAKET (verschrikt-luisterend)
Wees stil! .. 'k Vergis me niet!.. De beiaard luidt.. ADAM
Ach kom! De haan heeft nog niet eens gekraaid^ RAKET
Ach, lieve Heer, de groote beiaard slaat....
Hoor, hoor! De wind draagt eiken klepelslag Zoo dichtebij, of 'k zelf in 't klokkenhuis Een van de touwen trek. ... En daar benee —
Dat’s geen gewone rook. ... Kijk dan!.... Het brandt! Het brandt!.... Ik zie den rooien gloed van hier,
Ik zie den vonkenregen en den walm
Van roet en smook, die door de vlammen wordt
Gejaagd over de sparreboomen heen....
ADAM
Ik hoor de klok nou wel.... Je heb gelijk!
De nieuwe dag klautert de bergen op —
Dat wordt de schijn der zon, die voort-gekaatst,
Dan licht en weer verdwijnt en uit den damp Van den vroegmorgen stijgt....
RAKET
.... Het is niet waar! De zon zit in den nevel vast: het brandt!
Daar smeult het nog — maar daar is het een vuur,
103