De groote vlucht

Titel
De groote vlucht

Jaar
1908

Pagina's
173



172

Ida (dito). Hoogheid — u, is een engel, ’n vorst uit de duizend en een nacht. . ..

Waldemar.... Dus ... Dus....

Yorst (als in toespraak). . . . Mijne heeren —- we staan bij ’t graf van den ouwen tijd. C’est passé! ... Onze toekomst, mijne heeren, is daar!...

Minister.... Bravo! Bravo! ...

Yorst. Ik heb de gewoonte, Excellentie, om mijn weg zelfstandig te gaan — me door niemand te laten opwekken, noch te laten infïuenceeren!... Mijne heeren, onze eenige gedachte, is de vrede z der volkeren.... De groote vlucht is niet te stuiten ... (begint bij het gestaar der anderen te hakkelen). ... Niet te stuiten.... Niet te stuiten.... (driftig) Niet te stuiten, sacrénom! (een uitweg

zoekend)  Nu— Nu... Nu, vleer-menschen,

vliegen jullie mekaar, ja of nee, in de armen ?

Ida (tooneel en zaal rondkijkend).... Uw Hoogheid — niet met zóóveel getuigen.. . .

EINDE.

Berlijn, Juni/Augustus 1908.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.