157
Marius (tusschenbeiden tredend).... Uw Hoogheid, dat zou ’n te groote onderscheiding zijn.. ..
Vorst.... Je heb gelijk, meester.... Dat stuk nieuwe tijd — de hééle nieuwe tijd, is geen
vorstelijken stokslag waard! .. . (tot den lakei)____
Door de tuindeur!... En onmiddelijk, onmidde-lijk! ... (af met de anderen over het terras).
ZEVENDE TOONEEL.
Hildebrand. Lakei — later Plums.
Lakei (den vorst nakijkend, gestreng).... Mag ik u verzoeken — mag ik u verzoeken onmiddelijk — onmiddelijk door de tuindeur — onmiddelijk — onmiddelijk . . . (dan plots lachend het hoofd omdraaiend). . . . ’t Heeft niet zoo’n haast, ouwe heer Hildebrand.... Alles thuis wel? ...
Hildebrand.... Ach! Ach ! . .. (vouivt de manchetten in zijn jaszak).
Lakei.... Waarom zucht je zoo ?
Hildebrand.... De domheid van m’n dochter. .. . Den heelen hemel voor zich te hebben — en ’t in ’n wespennest te zoeken. ...