155
en ’r vleugels, (een stilte), ’t Tegen is de jeugd van onze kinderen... .
Vorst.... Onze kinderen! ... Onze kinderen !...
Hildebrand.... Maar met ’n bevlieging van dien aard, valt niet te redeneeren! ... Ik heb ze met aandrang onder ’t oog gebracht, dat ze daar niet kunnen trouwen — tenzij de een of andere met zijn tijd meevliegende geestelijke.. . .
ZESDE TOONEEL.
De V o r i g e n. W a 1 d e m a r.
Vorst. Hahaha! Onbetaalbaar! Hahaha! ’n Unieke hofnar! ... Is ü bereid, Eerwaarde? . . . Hahaha! ...
W a 1 d e m a r. . . . Ik wist niet dat Uw Hoogheid hiér. . ..
Vorst.... Excuseer je niet! ... We beleven iets zóó oer-komieks, iets zóó uit ’t tertiaire tijdperk. . . . Mijn zoon wenscht in ’t huwelijk te treden — hahaha! — ergens in de buurt van de maan — deze heer is zijn buitengewoon gezant! — hahaha! — tranen, tranen! — of u met vleugeltjes aan — met vleugeltjes — bereid is — hou op! — hou op! — ik kan niet meer! . . .