De Sjoelgas
Sjoel en de Uilenburgerstraat-Synagoge (1766) werden gebouwd. De in 1726 door het Doodgraverscollege gestichte „Kabroniem”-Sjoel (Ka-broniem = doodgravers) werd in 1894 op last van de Kerkeraad, toen onder voorzitterschap van A. C. Wertheim, herbouwd tot het gebouw, zoals wij het nog hebben gekend aan de Lange Houtstraat. Feitelijk is deze Synagoge de enige, die na 1766 door de Gemeente werd gebouwd, alvorens in de jaren twintig de moderne Synagogen werden opgericht in Zuid (Jacob Obrechtstraat) en in Oost (Linnaeusstraat), beiden in 1928. De Lekstraat-Synagoge werd eerst in 1937 gebouwd.
De Rapenburgerstraat-Synagoge werd in het jaar 1800 gesticht door de zogeheten „Neie Kille”, de afgescheiden gemeente der geëmancipeerde Joden, die de naam droeg „Adath Jeschoeroen”. Zij had zich in 1797 van onze gemeente gescheiden, doch in het jaar 1808 kwam een hereniging tot stand. En na de vermelding van deze nuchtere feiten keren wij weer terug naar de Sjoelgas, dichtbij de hoek van het Meijerplein. Want in beide synagogen aan de Amstelstraat handhaafden zich tot de Tweede Wereldoorlog bepaalde facetten, die niet gemist kunnen worden in de geschiedschrijving van de Hoogsduitse Gemeente.
In de jaren tussen 1920 en 1940 voltrok zich in de structuur van de Jodenhoek een wijziging, die wij reeds eerder signaleerden. Het oude Ghetto werd gesaneerd; het was niet langer het volkrijke Joodse centrum van weleer. De nuchtere taal van de Voordracht van het Kerkbestuur ter zake van de buitengebruikstelling resp. verandering van bestemming van de Waterlooplein-, Tweede- en Derde Synagogen, anno 16 november 1927 (21 Marcheswan 5688), deelt ons de feiten mee:
„In zijn zitting van 8 December 1924 heeft Uw College overeenkomstig onze voordracht aan zijn besluit tot den bouw van twee nieuwe Synagogen tevens verbonden een besluit tot buitengebruikstelling, eventueel verkoop van de Waterloopleinsynagoge en tot verandering in de bestemming van de Tweede- en Derde Synagoge, en ons uitgenodigd een voordracht tot goedkeuring er van in openbare zitting aan hetzelve te onderwerpen.
De U bij deze aangeboden voordracht is hiervan een gevolg. Na de in-
99