ERFLATER DER AGADA
„Hemel en aarde waren voltooid - èn ook hun strijd.
Drie strijden worden op aarde gevochten - zeggen de groote rabbijnen. Strijd tusschen hemel en aarde, strijd van iederen mensch tegen leed en pijn, strijd van de leerlingen over de nalatenschap des meesters.
De hemel is voltooid - dat deed Dünner.
Maar nog niet de aarde.
De schepping moet opnieuw beginnen - beter!
Dit is de geschiedenis van het nieuwe begin.
Niet Elokiem.
Hasjeim Elokiem - barmhartigheid naast recht!
Eerst, eerst, eerst de aarde - dan de hemel.
Leerlingen van Joseph Dünner!
Ge zult aanstonds den strijd beginnen over de nalatenschap van den meester.
Maar ernstig dring ik u: maakt de aarde eerst!
Aan het „dien” (=recht) behoeft ge niets meer te doen, dat kunt ge allen samen niet zoo goed als de meester alleen!
Maar de „rachamiem”!!
Aan het scheppen, talmiediem, maakt u tot een nieuw begin gereed - Dan worden leerlingen samen met meester: Hasjeim Elokiem.
In die „rachamiem” schaar ik mij naast u, wil ik zelf de eerste zijn. Boven het woord van den gestorven meester, klinkt het woord van den eeuwig-levenden meester: Ik leg Mijn woord in uw mond — opdat ge een hemel spant, een aarde vestigt, maar bovenal opdat ge tot Amsterdam’s Tsion zeggen zult „Ge zijt mijn volk”!!”