de professor Cohens en in de Colijns en dachten dat ‘het’ hier niet kon gebeuren. Zij, de joden uit die jaren, die toen hun vaderland eerder zochten aan de Amsteldijk dan aan de oevers van de Jordaan.
De werkelijkheid gaf, zoals hier zo navrant uit de . feiten spreekt, een zich zelf gelijkschake-lende groep geassimileerde Israëlieten te zien, 140.000 man sterk (onder wie een 20.000 Duitse emigranten), van wie er nauwelijks 4000 (3%) tot de Zionisten behoorden. En een Nederlandse gemeenschap, die uit angst voor Hitler-Duitsland op alle denkbare manieren capituleerde.
Het is achteraf zo gemakkelijk de staf te breken over de Joodse Raad van Asscher en Cohen. Vóór de oorlog waren deze en anderen (sedert tientallen jaren) toonaangevend in een verburgelijkte maatschappij, die tot 1940 in grote geledingen de ernst van het Joodse vraagstuk niet herkende. Zelfs de realistische theorieën van de zionistische voorman F. Bernstein werden toen door gematigde zionisten als gevaarlijk beschouwd! Angst, dat een erkenning van het nationale jodendom het Nederlandse staatsburgerschap der joden in gevaar zou kunnen brengen, leidde enerzijds tot felle kritiek op het zionisme en anderzijds tot een onwaardige, overdreven oranjeliefde.
Angst voor het nationale jood-zijn, verhulde dan wel onverhulde haat tegen het jodendom, beheersten Neerlands Israël tot 1940!
ZO WAS HET. Al het andere dat vandaag opgeld doet, zijn sprookjes van Moeder de Gans, omdat het recente verleden naar de feiten zo volstrekt anders blijkt te zijn dat het bijna niet te geloven is. Als het niet nog net op tijd zo helder en gedocumenteerd zou zijn vastgelegd als in dit moedige en belangwekkende boek.