kundige J.K. Rensburg geplaatst te krijgen op de Barneveld-lijst, waaraan het joodse establishment of wat daar voor doorging, inderdaad zijn leven dankt.
De auteur en wetenschapsbeoefenaar als VIP, net op tijd officieel erkend en met professor Meijers èn de top van ‘onze’ intelügentsia en bourgeoisie veilig naar de goudkust van de Nederlandse diaspora op de Veluwe. Hij zag er van af. Het curieuze, op de Amsterdamse UB bewaard gebleven antwoord aan Premsela, zijn laatste mij bekende brief, gedateerd 22 maart 1943 (2 dagen vóór zijn laatste verjaardag) luidt aldus:
‘Amice,
Dank voor je inlichting. Ik zal nu prof. Valkhoff persoonlik direct een bedankbrief schrijven. Ik acht het onmogelik met al die boeken enz. die ik voor mijn taalstudies o.m. nodig heb, naar Barneveld te verhuizen, tenzij dit onder heel andere omstandigheden wezen zou om daar te gaan wonen. Bovendien wijzen [al doorgehaald] mijn dromen misschien wel tien (nu Vrijdagnacht wéér een zéér gunstige) er op en bovendien minstens even veel van anderen: dat ik: le Niet word weg gehaald,
2e Dat ik - indien het toch wèl gebeurt - spoedig gezond en wel uit die gevangenschap trug keer.
Verder verwacht ik de landing van de Engelsen en Amerikanen zeer spoedig [nabij is doorgehaald]. Ik vermoed, dat ze vóór April het laatste gedeelte van Afrika te pakken krijgen en dat dan direct daarna de landing begint in Italië. En voor wie het zullen beleven, is nu elke dag één schrede verder naar dién dag, waarop ze ook hier zullen landen en wel in Zeeland. Geduld en moed! Tout vient a point pour qui sait attendre.
Je nogmaals dankend, tot ziens en
Met beste groeten J.K. Rensburg.’
Volgt een noot, behorend bij de passus over een eventuele terugkeer uit gevangenschap: ‘Meer dan 50 jaar geleden al had ik een droom, die [al doorgestreept] betrekking had op den oorlog van 1914 en op deze en ook daaruit kan ik nü met zekerheid opmaken, dat ik er levend en ongedeerd door rol. Die sloeg ook toen al op wat nü de toekomst word van Holland en die is zeer gunstig.’12
Maar in de avond van dinsdag 13 april werd hij, die argeloos een brief of briefkaart postte, gepakt en in die daarop volgende nacht ‘met ca. 150 personen naar de Joodse Schouwburg gebracht’.13
Het joodse vraagstuk diende zich hoogstpersoonlijk aan. Hoe vaak had hij er niet over gefilosofeerd. Vooral in zijn Aphorismen, wéér een van de Inedita Rensburgiana. In vier afdelingen had hij daarin 80