XLIV.
MIJLPAAL: 1914*) l’An i, Ere parisienne.
Sinds ’k op de hei ’t kanongedonder hoorde
Van d’ oorlog, voel ik een verandering,
Die altijd weer bij mij het dichten stoorde,
Of ik sinds met steeds zwaarder schreden ging.
En hoe graag ik ook door De Kosmos smoorde,
Wie — niebneutraal — d’omwent’lingssroes beving,
Wien Ruslands Ster als die der Vrijheid gloorde:
’t Is me’ of ik slechts door een moeras mij dring,
Waarachter ik wel weer een weg zie stijgen,
Maar aan den rand een Fransch soldaat mij
dreigen,
Die bij een grenspaal t voortgaan mij belet.
„Jaar I” is aan den voet daarin gezet,
In t schild een Zon, een Roos, een Graal?... *)
Dada!
(Slechts klaar is hem: 1’On ne passera pas!)