XLI.
MENUET.
0 nu — verzonken in een nachtcafé
In easy#chair, omloerd door vrouwenoogen — Verlies ik mij — en hand en voet deint mee — In ’t menuet uit Don Juan. ’t Hoofd gebogen Snak ik in deez’ Tijd als een woeste zee Naar dien van Louis XVI, lang vervlogen.
En ’k wil vergeten alle zorg en wee En droomen!,... (tot gij dreunend aangetogen Den Steenen Gast hoort, die idylle’ en dans En décadentenszwijmel komt verstoren.
1 k droom nog verder weg en doe U thans Een stap — maar uit de Middeneeuwen — hooren Bij Mammons Val, dien der GraabTempeliers — Vennoot — als die van ’t Kruis meteen Bankiers.*)
137