XXIII.
HET JUISTE MIDDEN.
Gematigdheid, dat is toch maar ’t klassieke!
De rest is bombast of rhetorica.
Ik moet niets hebben van het excentrieke. Neen, ’t juiste Midden! ’t And’re is Dada, Kubisme’ en verd’re ismen, die dit zieke Geslacht verdwazen en t prullaria Geniaal doet vinden, 'k Blijf ver van t kritieke Punt, vanwaar men niet naar den Montsalvat, Maar in waanzinsregionen zou verzeilen.
(En daar Piet nooit naar d’uitersten durft ijlen, Wat door een slingerwet naar ’t centrum dringt, Blijft hij met alle academischsbraven Als molenpaard trouw öm het midden draven, Waartoe ’t gareel der middelmaat hem dwingt.)
1
119