XXI.
ZONSOPGANG IN BANDOENG.
Phantasie naar een schilderij van L. Eland.
(In plas naast plas, waaronder sawahs spreiden Tot bruimemgouden einder, schaars bezaaid Met palmen, kaatst de lucht, die alom laait Van hel oranje. Door de hitte glijden Opwaarts blauwsgrijze nevels, maar ze mijden — Daarbij in staag vervormen steeds verwaaid — De Zon, in kringloop snel omhoog gezwaaid, Eerbiedig. — En van ’t geel der ingewijden Omgloeid, rijst voor zijn vlammenbol den volken Van Indië onder baldakijn dier wolken De Vijfde Boeddha *) in een zee van vuur Maar als Piet staat voor zulk een stuk Natuur, Zeurt zijn klein zieltje ’t lieve, oude lied:) Kracht, moed en grootheid is mijn „genre” niet.
117