Daar woonden een twintigtal jaren geleden de dames Mendes da Costa. Vier in getal. Van een respectabele ouderdom.
Een gang met klinkers leidde naar een „alterwetsje” keuken met koperen pomp. Aan alle zijden gaven deuren toegang tot kamers, met die merkwaardige Portugees-Joodse atmosfeer, die in deze Weesperstraat sterk domineerde. Terwijl de latere Joden Breestraat meer Asjkenazisch aandeed.
Ernaast woonde een andere familie van dezelfde naam. De Vader, Moos Mendes, oefende het beroep van Matseiwe-maker uit. De zoon J, Mendes da Costa.
zocht in hetzelfde steen een andere toekomst. Het was de latere beeldhouwer, die eens de schepper zou worden van Christiaan de Wet — midden in het Otterlose zand. Doch die nimmer te kort schoot in liefde voor de buurt waar hij ter wereld kwam en de arme mensjes die hij er leerde kennen.
Dan weer verder. Langs Weesperstraat no. 120. Een oude gevelsteen, met het opschrift „Nooyt gedocht”. Inderdaad: nooit
gedacht.
Even een blik in de totaal verminkte Lepelstraat. Een heel apart stukje Ghetto. Had niet ieder straatje, iedere steeg, iedere hoek, zijn eigen nesjomme?
Volle avond als wij het
Weesperplein
bereiken. Aan de rechterhand de Diamantbeurs. Op 12 December 1910 werd de eerste steen gelegd door Burgemeester Jhr. Mr. Dr. A. Roëll. 18 September 1911 werd zij ingewijd. Door een fraaie marmeren hal, langs een monumentale trap, naar de grote zaal. Met haar hoge vensters. In overvloed glijdt er het Noorderlicht naar binnen, waarbij de diamant het best kan worden bezien.
Hier vond in 1942 de sensationele inval der Duitsers plaats, die tevergeefs zochten naar ongeregistreerde edelstenen.
Hier werd eens de industrie gestimuleerd, die Amsterdam stempelde tot een wereldmarkt voor diamant. Een industrie, die mèt haar Joodse beoefenaren, nagenoeg geheel is verdwenen.
Aan de overkant het voormalige gebouw der
Joodse Invalide
In Januari 1911 in het leven geroepen, op initiatief van Dr. de Hond, ontwikkelde deze vereniging zich, dank zij de fenomenale activiteit van wijlen Isaac Gans tot een ongekende hoogte. Waarvan dit schone gebouw de laatste tragische getuige kan worden genoemd. Getuige, naar het uiterlijk. Want de bestemming van dit ziekenhuis der Gemeente Amsterdam laat ons slechts de pijn om wat eens bloeide en thans onherroepelijk is verdwenen.
150