Zij waren niet altijd even populair, de venters. En een goed stuk maatschappelijk anti-semitisme was dikwijls hun deel.
Juffrouw Huherts vermeldt in haar proefschrift 1) „Een nieuw lied, op de Amsterdamse negotianten”, dat in dit opzicht „aardige” symptomen vertoont. Waarvan een hier moge gereleveerd:
„Ook Pijpendoppen voor heeren en boeren Halskettingen voor Horlogies en kralen snoeren, Scharren dik en vet, riep een meisje zeer net,
Korsette, veters en Engelsche spelden,
Hoornsche wortelen die ’t Joodje slegt telde,
Want drie ging voor vijf Elk is een dief in zijn bedrijf.”
Er zou een lijvige bloemlezing kunnen worden samengesteld uit de felle reacties, die de Joodse koopman bij de buitenwereld' opwekte. Toen ik jaren geleden medewerkte aan een enquête naar de rendabiliteit der Albert Cuypmarkt, heb ik mij daarvan dikwijls persoonlijk kunnen overtuigen.
Doch bepalen wij ons vandaag tot zijn type, binnen het schilderachtige der eigen omgeving.
Hier stonden ze met „oude kleren, oud roest, katoentjes, vellen, todders en vodden”. Abraham Blankaart schreeft het al in zijn brieven aan Hendrik Edeling: „Zwavelstokken, pijpedopjes, molentjes, palmpaaschen, haanpapiertjes, poppenhuisraad, is hier een kostwinning”. Maar beter dan wie ook typeerde het
Multatuli 2)
Daar werden oude lappen en vodden gevent, en stukjes leder, en knoken en gepensioneerde hoeden, en strooken vilt, en schilderyen zonder lyst, en lysten zonder schildery. En prenten, en boeken., En rugtitels zonder bladen, bladen zonder titels. En landkaarten, niet zonder jacht op symmetrie netjes in vieren of zessen geknipt, om en détail te worden aan-den-man gebracht, voor ’t mogelyk geval, dat een heel land of werelddeel de begrooting van den kooper mocht te-boven gaan. En versleten kleedingstukken. En gelapte schoenen, om nu niet te spreken van de ongelapte. Daar lag kinderspeelgoed, dat veel beleefd had, tussen ’n tumulus van zuurkool en een tropee van hoeven en horens. Ginds stond ’n kruiwagen, volgeladen met potjes pomade en latynse dissertati'èn, met almanakken en silhouetten van
115
1
) V. R. A. D. Huberts: De Amsterdamse venters, 1940, Bijlage III.
2
) Ideëen: 7e bundel.