163
voormalig „Café Plantage” in de Muiderstraat, een .„Gesticht voor Portugeesch-Israëlietische gehuwde oude lieden” (P. I. G. O. L.) opgericht, waaraan in de Gemeente een groote behoefte bestond. Immers, alleenstaande oude mannen vonden in „Mishénet Zequénim” liefderijke opname; oude vrouwen waren in een afdeeling van het Ziekenhuis opgenomen; voor gehuwden echter was geen Inrichting, die zich hun lot aantrok. Het was hard, eerst den dood van één der beide echtgenooten te moeten afwachten, alvorens de overlevende kon worden geholpen. Aan dezen toestand werd door eenige doortastende, mannen, van wrie hier slechts David van Emanuel Vas Nunes (oyerl. 1924) moge worden genoemd, een einde gemaakt.
Ook deze laatste periode uit de geschiedenis der Portu-geesche Joden in Amsterdam kan, behalve de reeds genoemden, een aantal personen aanwijzen, die op het gebied van wetenschap en kunst ook buiten hun engen kring.bekendheid hebben verworven en den naam der Gemeente, hebben hoog gehouden.
Om zijn godvruchtigen levenswandel en om zijn groote kennis van de Hèbreeuwsche taal en den Bijbel was Emanuel de Benedittv (1808—1900) („Ribi Maantje”) zeer geacht en bemind. Als leeraar aan het Seminarium heeft hij met vrucht vele leerlingen in. de schoonheid der Hebreeuwsche taal en de heilige geschriften ingewijd; als volksleeraar heeft hij veel echten godsdienstzin helpen verspreiden, terwijl hij bij vele gelegenheden in gedichten zijn meesterschap in de Hebreeuwsche dichtkunst, heeft getoond. Doch vooral zijn medeleven in het lief en leed zijner Gemeenteleden heeft hem een populariteit verschaft, waardoor zijn naam thans nog door ieder met eerbied wordt uitgesproken. Geen afstand was hem te groot, geen trap te hoog, w’aar het gold een woord van troost tot treurenden te richten.
Als rechtsgeleerden genoten een hoog aanzien Mr. Jac. Lopes de Leao Laguna (overl. 1895), die behalve voorzitter van den Kerkeraad en van het Kerkgenootschap, ook lid van dén Gemeenteraad en van Gedeputeerde Staten van Noord-