155
iedere goede Joodsche Bibliotheek moet bevatten, niet verwaarloosde, blijkt wel uit het groote aantal uitgaven van Bijbel, Gebedenboeken, Hagadoth, Mishna, Talmud, halachi-sche werken en Rabbinale decisiën, die in zijn boekerij een plaats vonden.
David Montezinos was niét slechts een verzamelaar, hij was ook een kenner zijner boeken, waarvan vele met biblio-graphische noten en verbeteringen van zijn hand zijn voorzien. Met de meest bekende der toenmaals talrijke Amsterdamsche Bibliographen en Bibliotheek-bezitters, zooals Gabriël Polak, Hijman Wagenaar, Meier Roest en N. H. van Biema had hij, veelal ten zijne huize, voortdurend omgang, en allen mochten den fijnen, bescheiden Portugees gaarne lijden.
De dood van zijn vrouw (1889), die hem geen kinderen had geschonken, deed hem met zorg peinzen over het toekomstig lot van zijn geliefde verzameling: hoe vele particuliere collecties, met ijver en liefde bijeengebracht, had hij niet onder den hamer zien komen, en naar wijd en zijd verspreid? Met verontwaardiging wees hij, ofschoon niet .ruim met aardsche goederen gezegend, een aanzienlijk bod, dat hem voor zijn Bibliotheek werd gedaan, van de hand. De liefde tot zijn Gemeente en het gevoel van dankbaarheid jegens „Ets Haïm”, dat hem zoo dierbaar was, deden hem besluiten, een missive tot Regenten dezer Instelling te richten, waarin hij zijn ge-heele Collectie Hebraïca, Judaica, handschriften, prenten en portretten als een geschenk van hand tot hand aan het Genootschap aanbood, onder die voorwaarden slechts, dat zij den naam „Livraria-D. Montezinos” zou voeren en op bepaalde uren voor het publiek ten gebruike zou worden opengesteld. Dat de toenmalige Regenten: Joseph Vita Israël, Jac. Sequeira, David Spinossa Cattela, Isaac Teixeira d’Andrade en Dr. Mozes Cohen Paraira dat vorstelijk geschenk dankbaar hebben aanvaard, behoeft nauwelijks betoog. Dadelijk werden de noodige maatregelen genomen om de schitterende aanwinst op waardige wijze op te stellen. Vooral door het onvermoeid werken van den President-Regent Jos. Vita Israël (overl. 1914) werd een groote zaal met gaanderij naast de reeds bestaande Bibliotheek ingericht, die door haar stemmige en rustige