100
Don Manuel de Belmonte was 1664 agent-generaal, sedert 1674 resident van den Koning van Spanje. Hij werd in zijn waardigheid opgevolgd door zijn neef Francisco baron de Ximenes Belmonte, en deze weder door zijn zoon Emanuel. Jacob de Abraham Belmonte (Heer van Schoonenberg) was in 1695 buitengewoon gezant van Groot-Brittanië aan het Spaansche hof, tevens aldaar officiéél waarnemende de Zaken der Vereenigde Provincies.
Mozes Curiël (alias Geronimo Nunes da Costa) was agent van den Koning van Portugal. Hij stond bij Prins Willem III in hoog aanzien: bij het bezoek, dat de Stadhouder in 1696 aan Amsterdam bracht, logeerde deze ten zijne huize.
David Bueno de Mesquita was door den Sultan van Marokko belast met het sluiten van vrede met Algiers en dè vriendschap, die vroeger tusschen de regeering van Marokko en de Republiek had bestaan, te’ hernieuwen. In 1684 was hij Resident van Christiaan Ernst, Markgraaf van Brandenburg, te Amsterdam.
Terzelfden tijd waren als diplomaten werkzaam Ha'rm Toledano en zijn zoon Mozes; als secretaris en tolk van eerstgenoemde fungeerde Isaac Sasportas, zoon van den bekenden Rabbijn Jacob Sasportas. Een ander lid dezer familie, Joseph Tóledano, was in 1684 buitengewoon Gezant van den Sultan van Marokko bij de Staten Generaal.
Als Resident van Algiers te Amsterdam treffén wij den reeds meer genoemden David Salom de Azevedo aan (1680).
Henrico d'Azevedo krijgt in 1659 van de Staten Generaal de opdracht, om met Algiers een tractaat van vrede te sluiten, terwijl zijn verwant Louis d’Azevedo van 1680—83 te Amsterdam als Resident gevestigd was.
Isaac Sasportas en David Torres onderhandelden van 1687—92 over een nieuw vredesverdrag met Algiers, hetgeen hun gelukte tot stand te brengen.
Juda Cohen kreeg de opdracht, den vrede tusschen Holland en Algiers, Tunis en Tripolis te sluiten.
De sultan van Turkije had als Gezant aan het hof van Karei IX Juda Bebri, die te Amsterdam is overleden en te Ouderkerk begraven.