98
voorportaal aangebracht. De massieve koperen kronen verspreiden .nog steeds hun zacht, poëtisch stemmend, kaarslicht, waardoor deze Synagoge één der weinige kerkgebouwen in Nederland is gebleven, welke uitsluitend door kaarsen wordt verlicht. Zij werd en wordt nog door haar eenvoudige schoonheid door tallooze kunstenaars afgebeeld en is in vele talen bezongen.
De inwijding dezer Synagoge, nadat de Portugeesche Joden nauwelijks tachtig jaren in Amsterdam gevestigd waren, is om meer dan één reden één der belangrijkste historische gebeurtenissen voor de Joden in West-Europa. Het bewijst, •dat de Joden hief ter stede in geen enkel opzicht uiterlijk van de niet-Joodsche bevolking onderscheiden waren, iets dat bijna nergens het geval was; dat zij in hun geestelijke en mate-riëele ontwikkeling, zij het dan geremd, toch niet verhinderd werden. Ware het niet, dat van Calvinistische zijde vaak gedacht werd aan een massale bekeering der Joden (zooals op de Synode van Dordrecht in 1676 en'op die van Delft in 1677), die echter zonder gevolgen bleef wijl de Overheid geen medewerking wilde verleenen, dan zou nimmer de aandacht op de Joden gevallen zijn.
Tusschen de hoogescholen en de Joden bestond een tamelijk hechte band, daar laatstgenoemden meermalen als leermeesters werden gebezigd bij de bestudeering van het Oude Testament. De beroemdste Professoren Scaliger, Alting, Coccejus en Leusden hadden veel omgang met Joden.
Hoe vrij de Portugeesche Joden zich konden ontwikkelen blijkt ook uit de omstandigheid, dat zij sedert 1675 een eigen courant bezaten, de „Gazeta de Amsterdam”, uitgegeven door David de Castro Tartas, welk blad zeker tot 1690 heeft bestaan. Het houdt zich echter niet bezig met Joodsche aangelegenheden, maar bevat alleen politieke, handels- en scheepsberichten. Het was, gelijk S. Seeligmann in zijn voordracht in het Koninklijke Oudheidkundig Genootschap op 30 Maart 1925 aantoonde, bestemd voor de verschillende Marranen-kolonies, waarvan Amsterdam het middelpunt was, en werd zelfs naar Spanje en Portugal verzonden. Daarom werd alles, wat een Joodsch karakter droeg, daaruit geweerd.