VAN DEN BOUW DER SYNAGOGE TOT DE ECONOMISCHE CRISIS IN 1763 (1675—1763).
INWIJDING DER SYNAGOGE - VERHOUDING MET. DE OVERIGE
BURGERS - HANDEL, KUNST EN WETENSCHAP - DIPLOMATEN
EN ANDERE BEKENDE PERSOONLIJKHEDEN - EERSTE TEEKE-
NEN VAN VERVAL - ISAAC DE PINTO---HET CRISISJAAR 1763.
Op Vrijdag 10 Menachem 5435 (2 Augustus 1675), den dag vóór den Sabbat der Vertroosting, vond onder het zingen van Hebreeuwsche gelegenheidsgedichten der Rabbijnen Aboab en d’OIiveyra met begeleiding van een orkest de inwijding der Synagoge plaats. Een aantal aanzienlijke personen, waaronder in de eerste plaats Burgemeesters en Schepenen der stad, woonde de plechtigheid bij. En evenals bij de inwijding van den Tempel onder de Makkabeeën duunden de feestelijkheden acht dagen, gepaard met buitengewone diensten in het nieuwe Godshuis. Op den eigenlijken dag der inwijding hield Chagam Aboab een indrukwekkende feestrede, terwijl op de volgende dagen de Gemeente werd toegesproken door den Rabbijn Salomo d’Oliveyra, Ishac Saruco, Ishac Netto, Eliau Lopes, Dr. Ishac Velozinos en Dr. David Sarphati de Pina, allen leerlingen van Aboab. Deze predikaties zijn door en op kosten van David de Castro Tartas in hetzelfde jaar gedrukt onder den titel: „Sermoës Que Pregaraö os Doctos Ingenios do K.K. de Talmud Torah”, en door hem voorzien ^ van een opdracht („Dedicatoria”) aan het toen fungeerende College van Parnassim: Ishac Levy Ximenes, Mosseh Curiel, Daniël de Pinto, Abraham Jessurun Espinoza, Mosseh Pereyra, Joseph de Azevedo en Abraham Zagache. Elke