91
benoodigde terrein, waarop tevoren de St. Anthoniespoort had gestaan, kon worden aangekocht (12 December 1670).
Voor het indienen der bouwplannen was vrije mededinging toegestaan; uit de vele ingekomen ontwerpen werd dat van Elias Bouman gekozen. Spoedig ging men over tot het leggen der vier hoeksteenen, welke eer aan de vier meestbiedenden werd gegund. De gelukkigen waren Mozes Curiël (alias Geronimo Nunes da Costa), ageut van den Koning van Portugal bij de Republiek, voor ƒ 800, Joseph Israël Nunes (alias •Antonio Alvares, voor / 510, Imanuel de Pinto voor ƒ 550 en David de Isaac de Pinto voor ƒ 450, die respectievelijk den tweeden, derden, eersten en vierden steen legden (17 April 1671), bij welke plechtigheid eveneens ruim werd geofferd. Een rentelooze leening onder de leden der Gemeente, aflosbaar binnen tien jaar, bracht ruim 28 duizend gulden op, waarbij nog vijf duizend gulden aan schenkingen kwamen.
Het werk, dat met vreugde en energie was aangevangen, moest plotseling gestaakt worden toen Holland in 1672 in oorlog met Frankrijk en Engeland was geraakt, en de Fran-schen bijna tot voor de poorten van .Amsterdam waren voortgerukt. Handel en nijverheid lagen stil, zoodat het onmogelijk was onder zulke omstandigheden den bouw voort te zetten, te meer, daar vele materialen niet konden worden aangevoerd.
De vrede met Engeland, begin 1674 te Westminster gesloten, waardoor Frankrijk het Hollandsehe grondgebied moest verlaten, had het gelukkige gevolg dat de werkzaamheden voor den bouw konden worden hervat. Ook bij die gelegenheid werd (27 Mei 1674) ruim twintig duizend gulden geofferd, terwijl een rentegevende leening aan deelname van de zijde van niet-Joden dertig duizend gulden, van den kant der Genootschappen „Ets Haïm” en „Aby Jetomim” ruim vijftien en vijf en twintig duizend gulden opleverde.
Eindelijk was dan het monumentale gebouw, symbool van eensgezindheid en opofferingsgezindheid, gereed om aan zijn heilige bestemming te kunnen voldoen.