DE KAMEEL
Een kameel werd hoe langer hoe dunner. Hoe dat zo kwam?
Hij sjokte maar wat in de dierentuin van Knopperdam.
Daar zag hij mensen groot en klein,
maar nooit een kruimeltje woestijn.
Hij liep nooit in een karavaan, maar moest de kindertjes uit rijden laten gaan.
De arme kameel smolt hoe langer hoe meer.
Eerst had hij twee bulten, maar op een keer was er één volkomen heen.
Toen was de kameel een dromedaris.
Verdraaid, als ’t niet waar is!
135