DE BEZEM
De straatveger zag op een keer nergens zijn trouwe bezem meer.
Hij keek in alle gaten en hoeken.
Hij bleef er urenlang naar zoeken.
Het vuil bleef liggen waar het lag.
Dat duurde zo een hele dag.
En zelfs de keurigste meneer
had geen brandschone schoenen meer.
Daar kwam de burgemeester aan.
’Zeg man, wat heb je nou gedaan?
Je bezem staat op het stadhuis!’
De ander zei: ’Dat is niet pluis!
Dat vind ik iets dat niet zou mogen!
Er is een heks mee weggevlogen!’
131