marktkoopman, buurvrouw, onderwijzer van de kinderen, advocaat, als advocaat van de tegenpartij, als huisbaas waar je de pest aan hebt, als iemand die je van de sokken rijdt en die je daarom uitscheldt. Doordat ze vroegtijdig de dood vonden hebben ze geen kinderen gekregen of ze hebben kinderen gehad die werden vermoord. Daarom zijn er voor velen van ons geen partners, geen minnaars, geen compagnons, geen cafébezoekers waar je niet mee kunt opschieten, geen aardige of onaardige echtgenoten voor vriendinnen, joods of niet-joods.
Het is heus niet zo dat ik of de andere joden hun leven alleen met joden willen leven, zo etnocentrisch zijn we niet. Er is zelfs een grote afkeer van etnocentriciteit. Dat was een van de redenen waarom men uit de joodse wereld stapte. Maar een zekere bevestiging van de culturele identiteit heeft iedereen nodig, hoe gering ook. En die kreeg je voor de oorlog. Toen woonden er 140.000 joden in Nederland. Dat zouden er nu 160.000 of 170.000 of 180.000 of 200.000 zijn geweest. En onder die 140.000 was iedereen en alles te vinden. Joden in alle maten en soorten: links, rechts, apolitiek, religieus op zes verschillende manieren, areligieus, antireligieus, sportief, intellectueel, uitgaanstypes, huismussen, lonerSy gezinsmensen, groepsmensen, zionisten, niet-zionisten, witte boorden, arbeiders, geassimileerd, niet-ge-assimileerd, geestig, niet geestig, aardig, niet aardig. Alle mogelijke soorten mensen en in alle mogelijke soorten combinaties.
Je hebt niet zoveel mensen nodig om een sociaal leven op te bouwen, maar wel een minimumaantal, en die waren voor de oorlog te vinden. Er was altijd wel iemand ergens. Je kwam iemand tegen op de tram of kwam iemand tegen bij de groenteboer of je ging naar een sportvereniging, en daar waren een paar joden met wie je £iets kon. Zelfs als je dus niet uit was op specifiek joods contact, dan nog leefde